Het Friese laken en het weefgetouw

Gepubliceerd op 23 maart 2026 om 20:01

Een van de bekendste en meest begeerde goederen die de vroegmiddeleeuwse Friezen maakten en verhandelden was textiel van hoge kwaliteit: het zogenoemde Friese laken. In de vroege middeleeuwen werden verschillende soorten textiel vervaardigd, voornamelijk van wol en linnen. In de waterrijke kustgebieden van Frisia voorzagen de vroegmiddeleeuwse Friezen zich deels in hun levensonderhoud door het houden van schapen, waarvan de wol als grondstof diende voor het Friese laken. Het Friese laken onderscheidde zich van andere soorten textiel door een speciale weeftechniek in de zogenaamde ‘ruitenkeper op snijding’ – oftewel broken diamond twill in het Engels – waardoor de stof elastisch werd. Ook was het Friese laken rijk aan wolvet, wat het warm en waterafstotend maakte. Deze wonderbaarlijke eigenschappen maakten het Fries laken zeer geliefd als pallia Fresonica, oftewel Friese mantels.


Vrouwenwerk

Fries laken werd vervaardigd door vrouwen. Vondsten van spinschijven, weefkaartjes, wolkammen en naalden als bijgiften in vrouwengraven tonen aan dat vrouwen van iedere sociale stand op een of andere manier deelnamen aan de lakennijverheid. Het woord voor ‘vrouw’ in vroegmiddeleeuwse Germaanse talen – Oudfries, Oudsaksisch en Oudengels wīf, Oudhoogduits wīb en Oudnoors víf – is zelfs etymologisch verwant met het woord ‘weven’ (OE wefan, OF *weva, OS *wevan, OHD *weban, ON vefa) (Huisman 2008)! Spinnen, weven en naaien waren allen taken waarmee een vrouw in vroegmiddeleeuwse christelijke samenlevingen – bijvoorbeeld het Karolingische rijk – haar vrouwelijke deugdzaamheid en vroomheid kon tonen: iets wat tevens wordt weerspiegeld in afbeeldingen van Maria uit de negende eeuw. Vrouwen van lage status of slavinnen vervaardigden het gros van het laken, terwijl vrouwen van hoge status het proces overzagen en organiseerden. Uit de Lex Frisionum blijkt dat de compensatie voor het verwonden van de handen van een vrouw die Fresum – Fries laken – weefde, een kwart hoger was dan voor andere vrouwen van dezelfde stand (Lex Fr. Haec iuditia VVlemarus dictavit, 23-24). Vrouwen vervulden zodoende een aanzienlijke en belangrijke economische rol met de vervaardiging van Fries laken, waarbij vrouwen van status het werk aanstuurden.

Weefhuizen

De lakennijverheid vond voornamelijk plaats in weefhuizen of in gehorige boerderijen waar vrouwen verantwoordelijk waren voor een quota van textiel per jaar aan een landheer. Laken, zoals het Friese laken, werd namelijk soms als belasting geheven, zoals het geval was bij de abdij van Fulda die in de negende eeuw jaarlijks 855 Friese mantels als belasting hief (Garver 2009, 262)! De weefhuizen waarin het laken gemaakt werd, stonden bekend als gynaecea, piseles of screona. Vondsten van zulke weefhuizen zijn ook daadwerkelijk bekend uit het terpengebied! Uit vondsten van weefgewichten in hutkommen (kleine, half in de grond geplaatste gebouwen) in verschillende Groningse en Ost-Friese terpdorpen – zoals Leens, Rasquert, Westeremden, Dunum, Dalem en Wittmund – wordt aangenomen dat deze gebouwen in het terpengebied dienst hebben gedaan als weefhuisjes. Zulke hutkommen waren vaak onderdeel van een erf. Echter, weefhuizen ter grote van gehele zodenhuizen zijn ook bekend, bijvoorbeeld uit Hatzum. Het belang van weefhuizen blijkt wederom uit de Lex Frisionum, waarin beschreven wordt dat op het verwoesten van een weefhuis (screona) in vetetijd de doodstraf stond, tenzij men zich hiervan vrijkocht door diens weergeld te betalen aan de eigenaar van het weefhuis (Lex Fr. Additio Sapientum Tit. I.3). De vervaardiging van het Friese laken blijkt zodoende een grootschalige en belangrijke bezigheid te zijn geweest!

 

Welnu, het Friese laken was een kenmerkende eigenschap van vroegmiddeleeuws Frisia en de vervaardiging van het laken een belangrijke bezigheid. Om deze reden besloten wij het ambacht van het weven in onze uitbeelding op te nemen. Onze leden Liesbeth, Marijke en Tineke zullen zich ontfermen over dit ambacht, en het nieuwe gewichtgetouw! Ons weefgetouw moet nog opgespannen worden en zal in de toekomst uitgebreid gefotografeerd worden!

Vroegmiddeleeuws Friese weefster bij een weefhuis. Het geraamte van ons nieuwe gewichtsgetouw staat onopgespannen naast het gynaeceum.

Een weefster aan het werk op een werkend weefgetouw.

Voorbeeld van vroegmiddeleeuws Fries erf met hutkom in Firdgum.

Indruk van een hutkom als weefhuis. De afbeelding is gebaseerd op de opgraving van de hutkom in het verdwenen Ost-Friese terpdorp Dalem. Naar: Van Gorp, Friese mantels 89.

Weefattributen bestaande uit weefgewicht, spinstokken met spinschijven, weefkaartjes, wolkam en naald, voor 1000 n.chr. Fries Museum, Leeuwarden | Collectie Koninklijk Fries Genootschap. Naar: Stoter en Spiekhout, Wij Vikingen 68-69.

 

Bronnen

  • Garver, V.L., Women and aristocratic culture in the Carolingian world (New York 2009) 224-233.
  • Gorp, P.J.M. van, Friese mantels. Een wolnijverheid van voor Christus tot in de 11e eeuw (Tilburg 1986) 34-92.
  • Huisman, R., ‘Narrative sociotemporality and complementary gender roles in Anglo-Saxon society: the relevance of wifmann and wæpnedmann to a plot summary of the Old English poem Beowulf’, Journal of the Australina early medieval association 4 (2008) 125-137, aldaar 141.
  • Knol, E., en D. Spiekhout, ‘Dagwerk op de Friese kwelder’ in: Stoter, M., en D. Spiekhout, Wij Vikingen. Friezen en Vikingen in het kustgebied van de Lage Landen (Leeuwarden 2019) 56-73, aldaar 68-69.

Webstedes

Lex Frisionum, Tekst en vertaling door K. Nieuwenhuijsen: http://www.keesn.nl/lex/lex_nl_text.htm




Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.