Het Friese laken en het weefgetouw
Een van de bekendste en meest begeerde goederen die de vroegmiddeleeuwse Friezen maakten en verhandelden was textiel van hoge kwaliteit: het zogenoemde Friese laken. In de vroege middeleeuwen werden verschillende soorten textiel vervaardigd, voornamelijk van wol en linnen. In de waterrijke kustgebieden van Frisia voorzagen de vroegmiddeleeuwse Friezen zich deels in hun levensonderhoud door het houden van schapen, waarvan de wol als grondstof diende voor het Friese laken. Het Friese laken onderscheidde zich van andere soorten textiel door een speciale weeftechniek in de zogenaamde ‘ruitenkeper op snijding’ – oftewel broken diamond twill in het Engels – waardoor de stof elastisch werd. Ook was het Friese laken rijk aan wolvet, wat het warm en waterafstotend maakte. Deze wonderbaarlijke eigenschappen maakten het Fries laken zeer geliefd als pallia Fresonica, oftewel Friese mantels.