Glissen
It giet oan! Schaatsen is al eeuwenlang een geliefd tijdverdrijf. Tegenwoordig schaatst men bij genoeg vorst de Elfstedentocht als volkssport of schaatst men recreatief op natuur- of kunstijs voor hun wintervertier. De manier waarop geschaatst wordt is door de eeuwen heen echter enorm veranderd. Waarbij tegenwoordig op schaatsen zoals noren en klapschaatsen geschaatst wordt, schaatste men in vroegmiddeleeuws Frisia op een geheel ander soort schaats: de glis. GlissenGlissen of glijbenen zijn de oudste soort schaatsen, gemaakt van vlakgeslepen dierenbot. Ze werden meestal gemaakt van de middenvoets- (matatarsus) en middenhandsbeenderen (metacarpus) van runderen of paarden, maar exemplaren van spaakbeen en ribben komen ook voor. In enkele gevallen zijn beenderen van herten bekend. Glissen hebben meestal gaten in de zijkant, waardoor het met een leren koord of pees aan een schoen bevestigd kon worden. De manier van schaatsen op glissen werkt heel anders dan het schaatsen op ijzeren of metalen schaatsen, omdat de schaatser zich niet kan afzetten op glissen. Om vooruit te komen werden zodoende vaak stokken met een scherpe punt gebruikt waarmee men zich vooruit kon duwen op het ijs. Dat men hier aanzienlijke snelheden mee kon bereiken, blijkt uit een ooggetuigeverslag door William Fitz-Stephen’s in Londen uit 1173:“(…) for they fit the leg-bones of animals to their feet, binding them firmly round their ankles, and hold in their hands poles shod with iron, which they strike against the ice, and thus impel themselves on it with the swiftness of a bird or a ball from an engine [cannon].” (In: The Life and Letters of Thomas à Becket.)